top of page
f_KK_01063.jpg

Jubileumconcert

De Stichting Chamber Music Weesp bestaat 10 jaar; dat wordt gevierd met een speciaal concert!

zondag 30 november
15.00 uur
Van Houtenkerk

The Elias String Quartet met:

  • Sara Bitlloch - Viool

  • Donald Grant - Viool

  • Simone van der Giessen – Altviool

  • Marie Bitlloch – Cello

Dit concert duurt ca. één uur zonder pauze.

Tickets zijn inclusief een programmaboekje en na het concert een drankje en een feestelijk hapje.

Onder voorbehoud van wijzigingen.

Concert dichtbij.jpg
Donald Grant 2.jpg
Concert veraf.jpg
Ria 1.jpg
Ria 2.jpg
Ria en Bart.jpg

Stichting Chamber Music Weesp 10 jaar

Dankzij een paar enthousiaste liefhebbers van klassieke muziek werden tussen 2008 en 2012 de eerste concerten in de Van Houtenkerk georganiseerd. 

Deze concerten waren met het jonge en prijswinnende Navarra String Quartet.

Het bleek een schot in de roos te zijn!

 

Na die eerste concerten werd in maart 2014 met lef en enthousiasme het eerste 3-daagse Weesp Chamber Music Festival met het Navarra String Quartet geïntroduceerd.

Toen ook een tweede editie van het festival in het voorjaar van 2015 heel goed werd bezocht, was het tijd om meer structuur te geven aan de organisatie. De pioniers van het eerste uur vormden in september 2015  de Stichting Chamber Music Weesp en die bestaat dus nu 10 jaar!

Er zijn inmiddels 12 volwaardige edities van het Weesp Chamber Music Festivals (WCMF) georganiseerd en door de tijd heen vele concerten. Vorig jaar was er zelfs een nieuw onderdeel: de zeer geslaagde Barok Dagen Weesp.

De voorbereidingen voor het 13e WCMF met vele bijzondere en internationale musici zijn in volle gang. Het zal direct na Pasen plaatsvinden: van 9 - 12 april 2026. Het belooft weer spectaculair en verrassend te worden. Ook de komende Concertreeks met bijna 8 concerten staat inmiddels al in de steigers. Er is weer veel moois te beluisteren in Weesp!

De eerste concerten waren een succes dankzij het niveau van het Navarra String Quartet, met daarin Marije Johnston en Simone van der Giessen, beiden ooit woonachtig in Weesp. Zij zijn vanaf het allereerste begin betrokken geweest en zijn nu artistiek leider van het Festival en Simone ook van de Concertreeks.

Dit eerste jubileum vieren we nu met een ander strijkkwartet van Simone: het gerenommeerde Elias String Quartet.

Het Elias komt rechtstreeks uit Londen, waar ze een Beethoven cyclus spelen in de Wigmore Hall.

Daarvan zullen de musici twee mooie Beethoven strijkkwartetten laten horen, namelijk:

Beethoven - Strijkkwartet Opus 95 in F minor

Beethoven - Strijkkwartet Opus 18 no.1 in F major 

Toelichting bij dit programma: Ludwig van Beethoven (1770-1827) - Strijkkwartet in F groot, opus 18 nr. 1 Allegro con brio Adagio affettuoso ed appassionato Scherzo, Allegro molto Allegro In 1792 kwam de twintigjarige Beethoven vanuit Bonn naar Wenen. Hier was het muziekpubliek nog vol van de strijkkwartetten van Mozart, die heel kort daarvoor (1791) was overleden. Haydn was nu 60 jaar, en nog volop aan het werk. Zijn vele composities: symfonieën, missen, kamermuziek, waaronder zijn strijkkwartetten, werden alom bewonderd. Zowel Haydn als Mozart hadden het strijkkwartet tot grote hoogte gebracht, en het stond voor de jonge Beethoven vast dat hij in hun voetsporen verder zou gaan. Beethovens eerste zes kwartetten, opus 18, geschreven in de periode tussen 1798 en 1800, werden gepresenteerd tijdens privé concerten ten huize van Prins Karl Lichnowsky, die zelf een uitstekend musicus was, net als Prins Karl Lobkowitz, aan wie Beethoven deze zes kwartetten opdroeg. Bij deze concerten was de culturele elite van Wenen aanwezig, en zo bezorgden ze Beethoven meteen bekendheid én nieuwe opdrachten van rijke broodheren. Met deze eerste zes strijkkwartetten bouwt Beethoven duidelijk voort op het werk van zijn twee grote voorgangers. Maar, zoals meteen al uit dit kwartet opus 18,1 blijkt, slaat hij ook eigen wegen in: al in dit kwartet zijn er voorbeelden van de kenmerkende manier waarop hij beknopte thema’s uitgebreid ontwikkelt, van zijn fantasievolle melodieën, en ook van de vaak felle contrasten in dynamiek. Het eerste deel opent unisono met een kort, opgewekt motief, dat in het vervolg een belangrijke rol blijft spelen. Daarnaast klinkt ook een meer lyrisch tweede thema. Maar zowel in de doorwerking als tegen het eind van het deel blijft het openingsmotief overheersend en ondergaat allerlei vindingrijke en verrassende variaties. Uit aantekeningen van Beethoven weten we dat hij het tweede deel componeerde met de bedoeling om de grafscène uit Shakespeares tragedie Romeo and Juliet in muziek uit te beelden. Hij gaf het de aanduiding Adagio affettuoso ed appassionato, en deze emotie komt meteen al tot uitdrukking in de als een opera-aria klinkende openingsmelodie van de viool, door de andere strijkers zacht ingeleid en ondersteund met groepen van drie-achtste noten. Deze elegische melodie wordt overgenomen door de cello, en wordt daarna verder ontwikkeld. Er is een voortdurende afwisseling van pianissimo passages en stormachtige, hartstochtelijke fortissimo uitschieters. Uiteindelijk komt de ontroerende melodie van het begin terug, eerst in de viool, dan in de cello, maar nu met een wat meer geagiteerde begeleiding van de andere instrumenten. Het deel eindigt in een korte gefluisterde zucht. In het derde deel hebben de springerige ritmiek en de onstuimige accenten een speels en verrassend effect. Het trio van dit scherzo geeft de eerste viool een briljante rol. Het vierde deel is een opgewekt allegro. Het deel begint met een metrisch opvallend motief van twee snelle sextolen, gevolgd door drie opeens heel rustig aandoende achtste noten; het wordt geïntroduceerd door de eerste viool. Net als in het eerste deel wordt dit motief op allerlei creatieve manieren in alle stemmen als het ware steeds opnieuw uitgevonden. In dit laatste deel wordt virtuoos gespeeld met het contrast tussen het meer melodieuze maar sombere tweede thema en het dartele eerste motief. Ludwig van Beethoven (1770-1827) - Strijkkwartet in f klein, opus 95, Quartetto Serioso Allegro con brio Allegretto ma non troppo Allegro assai vivace ma serioso - Più allegro Larghetto espressivo - Allegretto agitato - Allegro Beethoven schreef dit strijkkwartet in 1810, in een periode dat hij op het toppunt van zijn roem was. Hij droeg dit kwartet op aan zijn goede vriend Nikolaus Zmeskall, een hoge ambtenaar aan het Hongaarse hof, die zelf een goede amateurcellist was. Opus 95 is het laatste kwartet uit Beethovens middenperiode, en wordt wel beschreven als een overgang naar zijn fascinerende late strijkkwartetten. Maar beter is dit kwartet te beschouwen als geheel op zichzelf staand. Dit is het enige kwartet waaraan Beethoven zelf een bijnaam gaf: “Quartetto Serioso”. En inderdaad, dit uiterst compact opgezette strijkkwartet ademt in alle delen een intense, geconcentreerde ernst, meteen vanaf de openingsnoten. Toen hij het zes jaar nadat hij het had voltooid tenslotte aan een uitgever aanbood, schreef hij erbij: “NB. Het kwartet is geschreven voor een kleine kring van kenners, en mag niet in publiek worden uitgevoerd ... Mocht u behoefte hebben aan enkele kwartetten voor openbare uitvoering, dan kan ik voor dat doel bij gelegenheid een aantal componeren.” Waarschijnlijk wilde Beethoven zich met deze opmerking verzekeren van een sophisticated publiek én van een voldoende hoog niveau van de uitvoerende musici. Het eerste deel opent heel abrupt met een wat bars aandoend, unisono gespeeld thema, dat dan in een andere toonsoort wordt herhaald door de cello. Dit wordt beantwoord door een verzoenend, rustiger en melancholiek thema in de viool, maar de uitbarsting van het begin keert al snel weer terug. Dit eerste deel duurt maar vijf minuten. Het is verbazend hoe in die korte tijd de toehoorder toch de indruk krijgt van een perfect gestructureerd geheel, in een compacte sonatevorm. Het tweede deel begint met dalende, korte noten van de cello, een baslijn die in de loop van het deel nog een paar keer terugkomt. Daarboven klinkt een melodie in de eerste viool. In het fugatische vervolg klinkt in plaats van vloeiende melodische lijnen een indringende chromatiek, die door alle vier stemmen heen gaat. Hier is te horen dat Beethoven werken van Bach, zoals bijvoorbeeld de Kunst der Fuge, en Das musikalische Opfer door en door bestudeerd heeft. Zonder onderbreking luidt een zacht aangehouden akkoord van één maat het derde deel in, een scherzo met twee trio’s. Het korte, hoekige scherzo-thema van vier noten wordt heen en weer gekaatst tussen de vier instrumenten. In de twee trio’s speelt de eerste viool een soort guirlande van gebonden achtste noten, waaronder de andere drie strijkers een koraalachtige melodie laten horen. Het vierde deel opent met een heel kort, zwaarmoedig larghetto espressivo. Dit vormt de aanloop naar het allegretto agitato: een dansant hoofdthema wordt steeds stormachtiger en uitbundiger en mondt uit in het triomfantelijke laatste allegro, tot ook dit in een versneld tempo, met de aanduiding molto leggieramente, het kwartet afsluit. Dit lichtvoetige slot in F majeur geeft een gevoel van bevrijding, en heeft door de jaren heen luisteraars verrast. In zijn boek Chamber Music (1953) citeert James Keller de componist Randall Thompson, die over deze afsluiting opmerkt: “No bottle of champagne was ever uncorked at a better time.” Tekst: Maaike Zimmerman

bottom of page